Ik ging vogels kijken.

Het was een Lente middag.
Ik ging vogels kijken.
Om het anders en de ander te leren zien.
En er dan over te schrijven.
Hoewel het tijdstip en locatie wat ongunstig.
Beloofde het een levendige en narratieve ervaring
te brengen.
In het centrum van de stad.
Ik ging vogels kijken.
In het centrum van de stad.
Daar waar de mensen.
Oppervlakkig ademhalen.
De adem hoog in korte bewegingen.
In en uit.
Nauwelijks voldoende om door het leven te bewegen.
Ik ging vogels kijken.
In het centrum van de stad.
Daar waar de mensen gebogen en gehaast.
Afgezonderd en verwijderd.
Langzaam van dier tot data lijken te bevriezen.
Ik ging vogels kijken.
In het centrum van kennis vastgezet in denken.
Vanuit een strohalm hoop.
Om wijsheden te vinden.
Die voelbaar mijn adem zouden verdiepen.
Zodat het leven door mij heen zou gaan bewegen.
Ik ging vogels kijken.
Bewapend met een verrekijker en rubberlaarzen.
(het heeft er belachelijk uitgezien)
Bewapend met een verrekijker en rubberlaarzen.
Om dichterbij te halen, waar ik van verwijderd ben.
Om door te kijken, te gaan zien.
Om te leren kennen.
Om te blijven bewegen.
Ik ging vogels kijken.
En zag een vogel.
Groot en zwart.
Bewegingsloos, levenloos op het randje.
Van een balkon.
Stil
In mij borrelde een verdriet.
Eerst voelbaar voordat ik het begreep.
Ik verlangde me te midden
te kunnen voelen van waar ik oorspronkelijk toebehoor.
Ik trof een vogel gemaakt van plastic.
Ik ging vogels kijken.
En vond een vogel gemaakt om vogels te verjagen.
Weg van ons balkon.
Weg uit onze omgeving.
Weg uit ons bestaan.
En dat terwijl, wat wij met vogels overeenkomen in essentie gaat over samen zijn.
Een gevoel van knus, een nestje bouwen om bij elkaar te kunnen kruipen.
We delen een gevoel voor comfort gevoed door onze stofwisseling.
Beide endotherme, levendewezens.
In staat warmte te creëren en te delen.
Warmte te delen.
Soms gebruiken we daarvoor iets van elkaar, zij ons uitgevallen haar wij andersmans veren.
Is dat herkenning, is dat toebehoren? Dat onze adem zakt en we geluiden van vertedering en verwondering uitbrengen bij het zien van een kunstig nest.
Ik ging vogels kijken.
Vogel worden.
Vogel zijn.
Of meer waarachtig mens.
Ik trof een plastic levenloze Kauw, uitvergroot in mijn zien.
Een Ogen Blik in dit moment, trof ik mij verweest waar ik verwant had willen zijn.
Ik wilde geen vogels meer kijken.
De verrekijker verzwaard om mijn nek, droop ik af.
Alleen.
Hoofd gebogen, adem hoog tegen snikken aan.
Zag ik enkel nog mijn laarzen over met mos omrouwde bakstenen sjokken.
Het Carillon speelde, kondigde het weekend aan, een frivoliteit die mij nu bevreemende rillingen gaf.
Ik vluchtte een doodlopende steeg in.
Was het de warmte en comfort van een stadsbankje dat mij aantrok als een veilig nestje?
Ik wilde geen vogels meer kijken.
Niet meer leren zien.
Wegkijken.
Ogen sluiten.
Kop in het zand.
De vlucht nemen.
Vogel geworden.
Ik wilde geen vogels meer kijken.
Vogels wilde wel.
En in een verscholen steeg.
Leerde ik wat anders zien.
Werkelijk bezielt.
Vogels roepen.
Vogels zingen.
Vogels waarschuwen.
Vogels verleiden en misleiden, bevlogen.
Vogels verwarmen, koude harten.
Wakkeren zonder woorden, zonder uitzicht een toebehoren aan.
Op een doodlopende weg.
In het centrum van de stad.
Nieuwsgierig, er op uit.
Om te leren kennen?
Het leven te bewegen?
Voor mij verschenen twee tortelende duifjes (ik verzin het niet).
Naderde een vrouwtjes Merel, de bessenstruik achter mij. Een winterkoning leek het carillon het zwijgen op te willen leggen of deed een enthousiast duet. Hield de Lijster zich schuil genoeg om mij mijn rug te doen laten rechten. De Houtduif negeerde mij, verwarmen kan al door aanwezigheid.
Een groene specht bracht het beeld van thuis in geluid. We lachten samen.
Maar de kauw.
ontstpande m,jn kaak, knarsend verlost,
ontdooide wat ijzig was aan mij.
De Kauw,
bewegend, vol leven.
Ik ontmoette vogels.
In het centrum van de stad.
Op de doodlopende weg,
was ik niet alleen.
Er bleek een levende wereld.
Achter plastic teleurstelling,
schuil te gaan.
De steeg genaamd,
Hof poort.
Bood werkelijk toegang naar een Paradijs.
Op een doodlopende weg, omheind.
Is veel om Lief te hebben.
Het zal u verwonderen, verwarmen en tot leven brengen.
En dat is alles overstijgend.
Zo weet de Vogel.